Loopschoenadvies zinvol?

Ja maar. Dat is mijn eerlijk antwoord. Het is voor een atleet niet zinvol om stappen over te slaan. En de eerste stap zou moeten zijn om je loopstijl, je manier van bewegen te ontwikkelen.

Natural Running

Iedereen heeft een natuurlijke manier van lopen. Die ontdek je gaandeweg. Het is dus niet nodig om zomaar je hiel op de grond te zetten nadat je eerste je benen tilde om te lopen. Er zijn een aantal basiseigenschappen, prikkels zo je wil, maar op zich zal je vanuit een automatisme lopen. Dat ontdek je best eerst. Daarvoor train je. Dat doen wij bij de Academy.

Stap 2

Zodra je looptechniek gunstig is geëvolueerd en je met het minste energieverlies, het snelste voortbeweegt, kan je op zoek gaan naar schoenen die je manier van bewegen optimaliseren tijdens wedstrijden, snellere trainingen, … Stap 2 komt dus na stap 1. Het is met andere woorden niet zinvol om gewoon snelle, vlotte of lichte schoenen te nemen en zonder voorbereiding op pad te gaan. Je zal helaas weinig voordeel uit je schoenkeuze halen.

Stap 3

Wat kies je dan best als eerste schoenen? Brede voorvoet, licht en weinig structuur om je voeten zo veel mogelijk zelf het werk te laten doen.

Coach

Testing Hoka One One

  • 5 mm drop
  • ongeveer 241 gram (per schoen uiteraard)
  • neutraal
  • type: wedstrijd

Een schoen waarmee het 100K record van Jean Paul Praet (en in mindere mate dat van een Japanner) aangevallen wordt, kon alleen maar mijn aandacht trekken.

De HOKA ONE ONE Carbon X voor heren zijn neutrale wedstrijdschoenen. De Carbon X is een nieuw model hardloopschoenen van Hoka en is speciaal ontwikkeld om het record op de 100 kilometer afstand te verbreken. De lichtgewicht wedstrijdschoenen zijn ideaal voor het lopen van snellere tempo’s op lange afstanden. Spontaan denk ik dan dat we praten over het profiel voorvoetlander en lichte atleet. Een beetje mijn profiel dus als natural running adept met een voorliefde voor voorvoet impact.

Het lichtgewicht bovenwerk bestaat uit een enkele laag Mesh-materiaal. Dit biedt een zeer hoog ademend vermogen om de voeten comfortabel te houden. De tong van de schoenen is gemaakt van Lycra materiaal. Het voorkomt dat de tong wegglijdt en biedt extra stabiliteit.

De Carbon Fiber plaat over de gehele lengte werkt samen met de Meta-Rocker geometrie in de schoenen. Dit resulteert in een explosief en snel gevoel tijdens het lopen, alsof je vooruit wordt gestuwd. Tijdens het lopen van lage tempo’s geeft de plaat een stijf gevoel, maar tijdens het lopen van snelle tempo’s stuwt de plaat de voeten naar voren door veel energie terug te geven. Om dit te testen ga ik dus zowel tragere lopen doen ( normaal op altra en newton motion) als mijn echt tempowerk ( doe in normaal op Newton Distance).

De bredere PROFLYTM X-tussenzool biedt veel stabiliteit en ondersteuning. Boven de Carbon Fiber plaat zit een laag CM Betty Fly-foam voor comfortabele demping. Onder de Carbon Fiber plaat zit een laag Injected EVA-materiaal. Dit materiaal geeft energie terug en voegt duurzaamheid toe aan de schoenen, waardoor je langer door kunt lopen. Ik ben nooit fan van teveel demping omdat het eigen lichaam zijn impactabsorptievermogen ( elastic recoil) verliest daardoor. Maar ik blijf benieuwd.

Mijn verhaal verschijnt binnenkort.

Marathontempo

Hoe ontdek je je ideaal marathontempo? Geen simpele vraag. En eigenlijk ook geen simpel antwoord. Tenzij je natuurlijk gewoon wilt uitlopen. Dan start je rustig en je loopt zo de hele tijd. Dus het antwoord op deze vraag is enkel voor degenen die een maximale prestatie willen neerzetten.

Tijdens de 15 weken voor mijn marathon doe ik wekelijks 1 of 2 trainingen op mijn gewenst marathontempo en observeer mijn hartslag. Ik geef het toe dat het een methode is waarvoor je wat ervaring moet hebben en vooral waarbij je je lichaam behoorlijk moet aanvoelen.

Observatie. Tijdens de training op mijn marathontempo hou ik mijn HR in de gaten. Niet maniakaal maar per ronde ( ik loop op een piste) kijk ik eens en wanneer die HR plotseling behoorlijk stijgt, bv. van 135 naar 155/160 ( op dit moment merk ik het op na 4K) dan weet ik dat het tempo iets te hoog ligt. Maar in plaats van dan bruusk te vertragen, laat ik het tempo iets zakken. En blijf observeren. Je HR zal dan zakken tot een aanvaardbare HR en zo ontdek je op welke tempo je HR stabiel blijft en je dus langere tijd kan lopen.

Zakt je HR helemaal niet, dan loop je gewoon op een verkeerd gewenst tempo.

Het ontdekken van je optimaal marathontempo draait volledig rond het fysiek ontdekken van je anaeroob omslagpunt. Daar blijf je uiteraard onder. Ideaal is om daar zo dicht mogelijk bij te zitten zonder in de problemen te komen. Daarvoor doe je die training dus. Je start meestal ergens met 4 à 8 K op je marathontempo en zo de voorlaatste week draai je ergens 16 à 18K waarbij je hartslag laag blijft. Neem gerust energiedrank mee de langste trainingen.

Uiteindelijk zal die training ervoor zorgen dat je perfect op je marathontempo kan starten, je HR de eerste 15 à 20 K lager dan je maximale marathonHR zal blijven en je zo perfect een snellere tweede marathonhelft zal lopen.

Mijn 3de boek

Zonet heb ik mijn manuscript, eerst nagelezen door een editor, zelf nogmaals doorgenomen en klaar voor publicatie bevonden. Dan ligt het boek nog niet in de rekken, maar er is weer een stap gezet.

In een boek kan je behoorlijk wat kwijt. In mijn geval meer dan 300 tips, wat trainingsschema’s, … Wat echter nog belangrijker is, wat staat er niet in? Wat lag er aan de basis van dat boek, van de vorige twee en uiteindelijk aan wat ik nu doe en hoe ik nu denk. Dat staat er niet in. En dan krijg je de opmerking om daar ook wat mee te doen. En dan wordt het spannend. Wil ik dat wel, vinden de lezers dat wel waardevol, heb ik dat niet al genoeg gedaan? En als ik dan eerlijk ben, besef ik dat het inderdaad waardevol kan zijn en dat ik het nog nooit verteld heb. Soms kort aangehaald dat wel, maar het verhaal en de lessen die ik daaruit kon trekken naar revalidatie, training, … toe, vertellen, dat deed ik nog nooit.

De eerste vijf jaar van mijn loopcarrière, ik loop er ondertussen 37, gingen niet gemakkelijk. Los van het feit dat starten met lopen een behoorlijke aanpassing vraagt van je lichaam, een aanpassing die tijd kost, begon ik te lopen met een fysieke achterstand. Ik was 15 jaar en deed eigenlijk altijd wel aan sport, niet fanatiek, maar ik bewoog vrij regelmatig. Helaas at ik nog liever en was ik wel te zwaar maar in theorie was er geen fysiek probleem om mij te beletten te starten met lopen. Dat was bruusk veranderd in september/oktober 1983. Er werd toen bij mij een hersentumor vastgesteld. Een astrocytoom op een zeer ongelukkige plaats. Het gebied ( zie foto) waar oa de voortbeweging zich bevindt.

Het werd vrij snel ontdekt nadat ik in de zomermaanden coördinatieproblemen, hoofdpijnen, … kreeg. Naast die tumor bleek er ook hersenvocht op te stapelen. Normaal loopt dat weg richting buik, maar de ader die daarvoor zorgt zat geblokkeerd door de tumor. Om een lang verhaal kort te maken ( in Footsteps, mijn eerste boek, vind je wat meer hierover), diende men snel in te grijpen of het kwam niet goed. Die operatie was succesvol met enkel het risico op kleine beschadigingen, en ik kon vrij snel naar huis. Pas na de operatie zou ik merken dat de impact groter was dan je zou denken.

Uiteraard ben je dankbaar. Dankbaar dat je nog leeft, dat alles nog normaal lijkt, … dat je dus met zo weinig mogelijk hinder bent weggekomen. En zo ben ik het ook blijven bekijken. Want hinder was er. Hoofdpijn, spierpijn, spierkrampen maar vooral een niet optimale beweging ( om het zacht uit te drukken). Ik had totaal geen loopcoördinatie meer. Ik ken nu weinig van hersenfuncties maar er is een deel dat ahw een geheugen van beweging vormt. Je kan wel dingen apart doen, maar het laten praten met elkaar tot een beweging zit in dat geheugen. En ik heb het gevoel dat er daar wat geraakt was. Ik kon bepaalde dingen niet meer. Op het eerste zicht viel dat wel mee, ik kon stappen, mijn fijne motoriek was OK, … maar eens ik wou lopen dat was het een pak minder. En ik wou dus beginnen lopen.

How slow is slow for an LSD?

Footrooms Running Academy promoot natural running.

Een simpele vraag en meestal een bron van discussie met mijn atleten. Waarom? Echt traag lopen is trager lopen dan je als comfortabel ervaart, vooral in het begin. Je dwingt je lichaam op een tempo en daarbijhorende lage HR te lopen en dat voelt onwennig aan. Je lichaam reageert ook anders dan wanneer je meer suikers aanboort als energiebron. En daar gaat het over.

Voor dit artikel heb ik mij ten dele gebaseerd op cijferwerk verschenen op prorun.nl en gepubliceerd door Ron van Megen en Hans van Dijk. Twee heren die hun sporen verdiend hebben in het analyseren van het hardlopen.

Het is essentieel dat je leert traag lopen om je vetmetabollisme te ontwikkelen. Wij hebben nu eenmaal de neiging om ons dagelijks leven snel en pittig door te maken behoorlijk wat suikers onderweg consumerend. Het doel is om de snelle energievoorraad zo lang mogelijk op peil te houden. Dat dit niet vol te houden is op LT is een zekerheid. Maar daar gaat het hier niet over. Waar het wel over gaat is dat je stilaan enkel dat metabolisme ( het verbranden van suikers) ontwikkelt en de kans is groot dat je ook op die manier zal hardlopen. Snel of te snel. Dat geeft een lekker gevoel. Zo even alle stress ervan af lopen. Liefst keihard. Het hoofd leegmaken. Helaas.

Ontwikkel je vet

Ongelofelijk veel atleten vragen mij waarom ze toch altijd na 35 K op een marathon in elkaar zakken en minuten verliezen. En tot net voor dat moment ging alles zo goed. Het antwoord is, je loopt niet voldoende op vetten.

De tabel hierboven geeft weer hoe de verhouding koolhydraten en vetten er uit ziet over verschillende afstanden. Bij een marathon loop je in theorie op 31 percent vetten. Daardoor ligt je pieksnelheid uiteraard lager dan bij een 5000 meter. Helaas lopen veel atleten op training zelden op meer dan 30 percent vetten. Hoe zou je het dan optimaliseren tijdens een marathon? Je kan je snelheid op een marathon opkrikken door op training lange trage(re) lopen te doen waarbij je meer dan 30 % vetten gebruikt. Je zal merken dat je stilaan sneller wordt. Het meetinstrument bij uitstek hiervoor in je HR. Helaas vraagt dit vermogen ontwikkelen geduld. En dat hebben de meesten niet.

Opgelet

De tweede tabel laat zien hoe het verval in snelheid eruit ziet. Behoorlijk impressionant. Een tweede reden om traag te lopen. Huh? Ik loop toch trager op vetten? Lees nu verder.

Je loopt nooit exclusief op suikers of vetten. Het is altijd een mix. ALTIJD. Het is dus belangrijk om zoveel mogelijk op vetten te lopen en minimaal op suikers. Maar je zal op suikers moeten lopen. Hiervoor ontwikkel je best zoveel mogelijk energiefabriekjes ( mitochondriën). Hoe meer fabriekjes hoe groter de mogelijke omzetting van vetten in energie en hoe lager je nood voor glucogeen. Hoe sneller je loopt, hoe meer je aeroob ( met zuurstof) of anaeroob energiesysteem (zonder zuurstof) actief is om glucogeen om te zetten in energie.

En die fabriekjes maak je aan? Juist, door traag te lopen. Om dit te begrijpen onthou je best dat de tempo’ s in de tabel maximale snelheden zijn. Indien een modale atleet enkel op vetten loopt, haalt hij die snelheid van 8,17 K/u niet. Die pieksnelheid trouwens ook niet. Dat ontwikkel je. Dus daarom beste atleet ” Loop Traag”. Het enige tempo om mitochondriën aan te maken.

Traag Lopen

Traag lopen is dus iets anders dan lopen op 8 à 9K/u. Voor de meesten zal het dus eerder 6 à 7K/u zijn. En geleidelijk aan ontwikkel je dat vetmetabollisme om te eindigen op die 8,17 K/u. Geduld is de boodschap. En discussie met je trainer om toch maar wat sneller te mogen. En eigenlijk kan je het zelf inschatten hoe snel.

90 minuten

En de uitdaging zit hem in het juist inschatten wanneer de voorraad op is. De meesten lopen lekker 90 minuten maximaal en dat kan je perfect op suikers doen. Je tempo zal dan vermoedelijk hoger liggen dan gewenst maar je valt niet ‘plat’ dus het lukt. Vandaar dus de discussie met atleten die in de Academy komen trainen. Zij hebben al wat ervaring en lopen op tempo’s die ze indelen volgen rap en traag en waarvan ik weet dat het trage tempo maximaal 90 minuten is en ook op suikers gebeurt. De vork tussen hun snel en hun traag tempo is meestal max 2K/u verschil. Ze lopen dus traag op 10 K/u en rap op 12 K/u. En dat klopt niet. Maar heeft alles te maken met de duur van hun trainingen waarbij ze nooit hun suikervoorraad opsouperen. Het succes van 10K tot 10 miles wedstrijden ligt hierin het verlengde van.

Wat doe je dan best?

Loop eens lekker 90 minuten of 120 minuten en observeer wat je hartslag, je motoriek en je algemeen gevoel doen. Gaat je hartslag sneller naar omhoog vanaf 90 minuten, wordt je motoriek stroever of voel je het lome gevoel toenemen? Enkel dat laatste is normaal, je bent volop mitochondriën aan het aanmaken. De eerste twee, HR en motoriek, zijn de ankerpunten. Zijn die niet goed, dan liep je te snel. En opgelet. Neem om het echt te testen, gerust water mee maar geen sportdrank of dergelijke.

Pas dus je schema aan en leer je lichaam intelligent trainen. Dat is even leuk en je voelt je sterker worden. Binnen de Academy werken we op die basis met atleten.

Lid worden?

Wil je lid worden van de Academy? Stuur me even je motivatie en gewenst doel via footrooms@maisonjohn.com. Vanaf 2 euro per dag ben je lid.

Coach, wat is een ideaal marathontempo?

Een zeer eenvoudige vraag maar het antwoord is er eentje met variaties.

Als hangt af van uiteraard je eindtijd die je nastreeft, de omloop waarop je die tijd wilt lopen, hoe je best je wedstrijd indeelt en vooral wat er zoal onverwachts kan gebeuren.

Je eindtijd

Neem een marathon in 4 uur dan loop je gemiddeld aan een tempo van 5min 41 seconden per kilometer. Vanaf kilometer 1 tot kilometer 42. Een scenario dat mogelijk is als je zoals Kipchoge een afgesloten omloop hebt met een aantal pacers voor je. Anders is een vast tempo aanhouden zeer moeilijk. Er zijn andere deelnemers, je hebt hellingen, er staat wind, je bent niet opgewarmd en pas na een tijdje loopt het lekker, ….

Je wedstrijdindeling

Dat is al wat realistischer. Weet dat je meestal een tijdje in een startvak gestaan hebt en niet optimaal opgewarmd bent, dus je moet sowieso rekenen dat de eerste kilometers wat trager verlopen, je zoekt je ritme, zit mijn jasje goed, … en zo na een 5K ben je echt vertrokken. Wil je een marathon lopen in 4 uur dan heb je dus vermoedelijk wat tijd op te halen. Opgelet. Dat snel snel doen is niet ideaal. Vraag je coach hoe je dit het best aanpakt. Veel hangt af van hoe je energiemetabolisme werkt.

Negative split

Je tweede helft is sneller dan je eerste. Een indeling die zeer vaak gebruikt wordt omdat je relatief trager loopt de eerste helft ( lees het stukje in wedstrijdindeling) en mentaal is het besef dat je er geraakt een opsteker. Naar energie toe beschik je mits een goeie eerste helft nog over suikers genoeg zodat je een hoger tempo als lekker zal ervaren. Een dergelijke indeling train je best door trainingen te doen ingedeeld in 30 min LSD, 30 min marathontempo en 30 min TEMPO.

Zin om eraan te beginnen?

John Rooms

Coach & Founder Footrooms Running Academy

Het perfecte schema voor een marathon

Jawel, een bijzondere vraag. Een simpel antwoord. Het bestaat. En het bevat alle ingrediënten met als grootste focus gewenning.

Wat is gewenning? Iets gewoon worden, iets als normaal ervaren. Iets wordt de standaard. Om dat soort gewenning draait het perfecte marathonschema. En het is helemaal geen hocus pocus. Het vraagt wel wat toewijding. Het wordt mentaal pittig wanneer je de laatste vijf weken ( het volledige schema duurt 15 à 16 weken, wanneer je ervaring hebt met lopen) maar je lichaam zal fysiek en mentaal klaar zijn zonder in overbelasting gegaan te zijn.

Overbelasting is de basis van veel ontgoocheling in een marathon. Tenzij je enkel wilt uitlopen in een lekker tempo en tijd op zich geen rol speelt. Die overbelasting schep je zelf door teveel te vertrouwen op wat je hoort van anderen en te weinig te luisteren naar je eigen lichaam. Waarop reageer jij goed? Dat is individueel. Dat moet je weten. Dat zoek je beter uit. Maar de meesten prikken een schema van internet en gaan daar slaafs mee aan de slag. En dat schema is vermoedelijk prima, maar niet voor jou.

Daarom bevat een ideaal marathonschema 3 essentiële trainingen, gekruid met 1 of 2 recuperatieve loopjes. Die 3 trainingen daar draait het om.

Twee daarvan richten zich op het automatiseren van je gewenst marathontempo. Wil je een tijd lopen, dan zal je tempo moeten leren. Simpel. Een tijd. Een tempo. Simpel. Keihard. Maar duidelijk. Dus je zal twee trainingen gebruiken om het marathontempo te leren lopen. Ofwel doe je dat op het gewenste tempo van je marathon en je drijft stilaan de afstand op. Ofwel prikkel je je lichaam aan een tempo over kortere afstanden met als doel het marathontempo uiteindelijk over langere afstanden aan te kunnen. Een coach is hier een leuke sparringpartner.

De derde training is een lange trage duurloop. Je loopt op een rustig tempo ( ongeveer HR 180 – leeftijd). Je drijft de afstand geleidelijk op om uiteindelijk maximaal 26 kilometer te lopen. Niet langer omdat de weefselschade te groot wordt. Daar heb ik het later over.

Wil je meer info hoe je best deze methode aanpakt?

Stretching

Dit is een van de onderwerpen waar waanzinnig veel verschillende meningen over bestaan. Die gaan van:

  • niet stretchen
  • niet stretchen als je niets voelt
  • enkel stretchen na het lopen
  • stretchen voor het lopen

Mijn advies is zoals altijd gebaseerd om mijn eigen ervaring. Dus het hoeft niet persé voor jou zo te werken maar ik durf wel stellen dat mijn antwoord toch dicht in de buurt zal komen. Nooit stretchen of niet stretchen wanneer je niets voelt zijn op lange termijn nefast voor je loopstijl en mobiliteit. En het kan kloppen dat je geen pijn of ongemak ervaart en dat je altijd het gevoel hebt om lekker te lopen echter ongemerkt is er een proces van verharding van fascia en verstijving van spieren bezig.

Hoe komt dat?

Vooral door ons zittend leven eigenlijk. Door behoorlijk wat te zitten tijdens de dag ( tel zelf maar eens) gaat je lichaam zich aanpassen, efficiënter gedragen aan die pose. Dit betekent dat er kettingen verkorten in het bijzonder je hamstrings, je lage rugspieren, je heupflexoren, …. Zowat de meeste spieren die je dus nodig hebt tijdens het lopen. Dat merk je gedeeltelijk als je ’s avonds na het werk rechtstaat, maar je zal daar automatisch naar beginnen lopen indien je er geen aandacht voor hebt.

Maar ook het lopen zelf is nefast voor onze mobiliteit. Het klopt dat er een soort functionele stijfheid van spieren bestaat ( roep dat aub niet in als excuus). Door een bepaalde beweging zeer vaak te doen, optimaliseert je lichaam zichzelf. Perfect dus. Echter het merendeel van de hardlopers die dit stuk lezen, doen vaak hetzelfde qua training. Doen meestal geen technische looptraining, laat staan mobiliteits- of krachttraining. Door eenzijdig te lopen meestal ook nog met altijd dezelfde schoenen en op dezelfde omloop past je lichaam zich niet alleen aan, je zal uiteindelijk ook alleen nog maar zo kunnen lopen. Je lichaam is niet meer functioneel stijf maar komt geleidelijk aan vast te zitten. Hoe merk je het onderscheid? Helaas zeer moeilijk zelf waar te nemen tenzij je in een fitness op een loopband met spiegels rondom traint en je je loopstijl regelmatig zo observeert. Ook al bestaat de reële kans dat je zelf niets opmerkt. Dus je laat het beter waarnemen door een coach, trainer, medeloper ( maar is die eerlijk omdat die vermoedelijk zelf ook al te stijf is ?), ….

Welk punt wil ik eigenlijk maken? Simpel. Het losmaken van gewrichten is dagelijks nodig voor atleten, doe dit samen met je heupflexoren, je gluteus en je hamstrings. Zo vermijd je behoorlijk wat problemen.

Wil je hierover meer info? Bij de Academy geven we twee online trainingen per week om aan dit aspect te werken. Elke week, 52 op een jaar, jaar in, jaar uit.

Traag lopen maakt sneller

Een uitspraak die altijd de aandacht trekt. En waar is. Gedeeltelijk. Maar toch niet helemaal.

Het klopt dat traag lopen ( lees aan een lage HR) positieve effecten heeft op je uithoudingsvermogen door oa de aanmaak van mitochondriën ( energiefabriekjes in de cellen), het verbeteren van je spiervezels naar doorbloeding, het ontwikkelen van dikkere spieren, …. en dus geleidelijk aan zal je merken dat je sneller wordt ( aan die lage HR). Vanuit die vaststelling moet je concluderen dat je vermoedelijk ook sneller zal zijn zodra je de HR naar omhoog stuwt. Dat lijkt logisch. Je basis is veel breder dus vertaalt zich dat ook naar een hoger maximale snelheid. Acceptabel.

Maar niet voor iedereen. Als trainer stel ik vast dat er een mentale barrière ontstaat die een atleet verhinderd van sneller te lopen aan een hogere HR. Ik noem dat het gemis van een soort spierintelligentie. Een vermogen om prikkels te herkennen. Indien je enkel traag ( voor kenners zone 1 en 2) loopt dan leert je lichaam enkel die zones kennen. Zodra je sneller wilt beginnen lopen, herkent je lichaam die vreemde prikkel niet. En gaat in weerstand. Door de pijn of ongemak van het sneller lopen “ondraaglijk” te maken. Dat doen we natuurlijk zelf. We zijn nu eenmaal gewoon om comfortabel aan de lage HR relatief sneller te lopen. En plots moet we sneller lopen zoals we nog nooit gelopen hebben. Reactie is er eentje van onbegrip, ongeloof, faalangst, …. En we gaan dat dus maar beperkt doen. Hoe heb ik dat ontdekt?

Simpel. Bij de Academy hebben we meerdere groepstrainingen per week en de training op vrijdag is vaak een temporun waarbij ik het tempo aangeef. Elke atleet die dan aanwezig is en mij volgt loopt sneller dan wanneer ik hem of haar vraag om het alleen te doen. En niet een klein beetje. Meestal ligt het tempo 2K/u hoger dan wat ze zelf alleen doen. Met fysieke mogelijkheden heeft dat niets te maken. Dus blijft het mentale over. We maken onze eigen grenzen. Dus gouden regel. The sky is the limit. Ook voor jou.

Loopstijl

“Pijn rond de knieschijf, (scheen)beenvliesontstekingen, achillespeesproblemen of de lopersknie (iliotibiale bandsyndroom) zijn enkele van de meest voorkomende blessures bij lopers. Uit een onderzoek van deAmerican Journal of Sports Medicine bleek dat lopers met dergelijke blessures vaak hetzelfde looppatroon hadden. Zo liepen ze met een holle rug, waarbij de heupen naar achteren kwamen, strekten ze de knie te ver naar voren, landden ze op de hak van de voet (dorsaalflexie) en leunden ze naar voren met het bovenlichaam.”

Een quote uit het magazine #running.be. Die mijn aandacht trok en mij direct verwonderde. Wat heb je hier aan? Je zou kunnen denken dat je de oorzaak nu wel kent van je knieprobleem. OK klopt. Dus ik herhaal mijn vraag: “Wat heb je eraan?”

Natuurlijk begint verandering bij inzicht. En het is duidelijk dat in hun artikel een inzicht vermeld staat. Dat is het prille begin. Maar wat ik dan als loopcoach die een lans breekt voor techniek mis, is een actieplan. Tips. Hoe pak je het aan? OK, je weet het. En nu, wat moet je doen om het aan te pakken? En uit ervaring weet ik dat schieten met een bazooka op een mug (lees: plots corestability, kracht, stretching, …. beginnen trainen) geen enkele hardloper gelukkig maakt of zelfs maar vol te houden is. Nee, de kunst is om na dit inzicht 1 of 2 aandachtspunten aan te reiken waarmee je als hardloper aan de slag kan. En dat is een kunst. De kunst van observatie en inzicht in zowel anatomische kettingen als #sportreflexologie. Daarmee los je vanuit de vaststelling het probleem op. En daar zijn we dus bij Footrooms Running Academy mee bezig. En dat mis ik dus in dat artikel.

“Als je echter geen of amper last hebt van blessures, hoef je je loopstijl wellicht ook niet te veranderen. De perfecte loopstijl bestaat immers niet en is voor ieder individu verschillend. Bovendien toonde een eerdere studie aan dat enige vorm van asymmetrie in je loopstijl normaal is. En dat het lichaam zich na verloop van tijd ook aan de efficiëntste loopstijl van een bepaald individu aanpast.”

En een tweede quote trok mijn aandacht. Ook in hetzelfde magazine. Ik volg dit ten dele, ik heb wel de studie niet gelezen maar beschik over tamelijk wat ervaring met assymetrisch lopen ( mijn verleden als hardloper met een #hersentumor op zijn 15de is daar niet vreemd aan) en kan de stelling volgen dat we inderdaad evolueren naar onze efficiëntste loopstijl. Enkel op blote voeten. Oei. Ik heb het gezegd. Zodra je schoenen draagt, maak je het jezelf moeilijk. En wordt het een kunst om de juiste slicks onder je voeten te leggen. Schoenen die je voet normaal laten bewegen, ruimte geven in de voorvoet, lagere drop om het contact te verbeteren, een soepel mesh bovenwerk, …. En die je dus zo dicht mogelijk bij een natuurlijk looppatroon laten komen. Ook dat is iets waar we mee bezig zijn bij Footrooms Running Academy.

En voor er boze reacties komen. Uiteraard snap ik ook dat in een magazine niet alles uitgebreid aan bod kan komen en dat zij eerder willen prikkelen. Wij nemen daar gewoon wel onze tijd voor. Omdat elke individuele atleet het verdient om aandacht te krijgen. Om optimaal, blessurevrij en gemotiveerd te hardlopen.

Coach