Zoeken

Maison John Footrooms

Voetreflexoloog, Sportreflexoloog, Bewegingscoach, Marathonloper en Auteur

Geen gevoel in mijn tenen!

Soms zit de oorzaak van een voetprobleem niet waar de hinder of pijn zit. Een vaak voorkomend euvel bij een hardloper zijn gevoelloze tenen. Er zijn verschillende oorzaken echter eentje moet je altijd direct nakijken, de spieren die op je kuitbeen liggen. De peroneus-groep zijn minstens met drie en sturen onze voet aan – plaatsen op de grond, optillen, losschudden – en hebben geen tegenhanger wat inhoudt dat ze al het werk zelf moeten doen en dus als eersten vermoeid geraken. Daar krijg je dus vermoeide onderbenen van. Tip is dus om altijd die spieren te masseren als je last hebt van gevoelloze tenen. Succes!

Cadans?

Cadans is het aantal stappen dat je zet per minuut. De norm is zowat geworden tussen de 170 en 190. Om hierin te slagen moet je paslengte niet te groot zijn. Voor veel atleten vraagt het een behoorlijke aanpassing om dat ritme te pakken te krijgen en vol te houden. De training van vandaag stond in het teken van die cadans – hoe krijg ik hem te pakken en hoe maak ik snelheid zonder die cadans te verliezen.

Meerdere wegen leiden naar Rome, er zijn dus verschillende manieren om de juiste cadans te vinden, vol te houden en maximaal te laten renderen. Dit artikel beschrijft er één van.

  • Ga mooi rechtop staan en hel een beetje naar voor met een volledig recht lichaam. Tot het punt waarop je voorvoet onder druk staat en je tenen grijpen. Nog verder hellen zou eindigen met je gezicht op de grond.
  • Begin nu traag je ene en dan je andere been op te tillen en ter plaatse te trappelen. Dit kan zwaar aanvoelen. Verhoog stilaan je ritme tot het comfortabel aanvoelt. Dit volhouden kan je zeer lang. Indien de cadans te snel aanvoelt, verminder dan tot je een cadansritme vindt dat je gemakkelijk langere tijd kan volhouden.
  • Hou dit ritme altijd aan en hel nog een beetje meer naar voor. Je zwaartepunt komt naar voor en je begint te lopen. Het doel is om dat pasritme (cadans) aan te houden en je zwaartepunt zo ver mogelijk naar voor te krijgen. Merk op dat je cadans misschien nog iets hoger gaat tijdens het lopen.
  • Dit is de eerste fase van een goeie loopbeweging.

TIPS: doe dit eventueel op blote voeten en je zal zeer snel een lichtvoetige techniek aanleren.

Loopefficientie en loopschoenen

Naar aanleiding van het interview op Radio 1 van een paar weken geleden rond dure loopschoenen en blessurepreventie, moeten er toch een paar zaken toegevoegd worden aan het leuke debat om te vermijden dat het idee ontstaat dat dure loopschoenen of goedkope geen verschil maken en dat een paar van bv. 50 euro evenwaardig is als een paar van 150 euro voor alles. Er is wel degelijk een verschil tussen dure en goedkope loopschoenen als je kijkt vanuit het ontstaan van de schoen, zijn doel, zijn afwerking, zijn levensduur.

En minder naar de relatie tov blessures, daar is de interessante vraag ‘ kan je met loopschoenen blessures vermijden en/of oplossen ?‘ Hier is naar mijn gevoel de factor loopstijl dominant en is het belangrijk dat de geschikte schoen aan je voeten belandt om die loopstijl te ondersteunen. En daar wringt het schoentje.

Een ontwerp kost geld

Elke loopschoen is een verhaal ontstaan in het hoofd van een ontwerper op basis van observatie van atleten of van zichzelf. Het gaat hier uiteraard niet over de kleuren maar wel over het basisidee van een bepaald type loopschoen. Om een voorbeeld te geven; altra loopschoenen zijn ontstaan vanuit een visie rond natural running , hoka running is ontstaan vanuit een noodzaak voor meer demping op rotsachtige ondergrond en ga zo maar door. Zelfs in de geschiedenis van de loopschoen zijn de grootste verbeteringen terug te brengen op de idee van in casu een loopcoach ( Bowerman) om zijn atleten beter te laten presteren door meer grip te geven ( wafelzool). Het is bijgevolg  belangrijk om te ontdekken wat voor jou als loper het verhaal is dat bij je past. En dat is niet evident om zomaar te achterhalen. Maar dat ontwerpen maakt een schoen wel duurder.

Marketing vertelt een verhaal

#PhilKnight geloofde niet zo in reclame en vanuit het standpunt ‘de juiste schoen voor de juiste loper’ kan ik hem volgen ( bron: SHOE DOG). De markt van loopschoenen is big business, studies proberen in kaart te brengen wanneer mensen lopen, waar ze lopen, welke wedstrijden ze leuk vinden. En op basis van die studies worden schoenen gebouwd. bv. een studie die zegt dat de gemiddelde jogger per week 3 K loopt zorgt ervoor dat fabrikanten een schoen bouwen die dat aankan en ongeveer een jaar meekan. Tijd voor een nieuw paar en zo hou je de omzet op peil. Een loopschoen is niet meer gemaakt om tot in de eeuwigheid mee te gaan. Belangrijk voor elke loper is nu net in dat walhalla van verschillende schoenen het type te vinden dat bij zijn loopprofiel past, en daar is je spontane looppatroon ( je manier van oa je voeten plaatsen) een onderdeel, evenzeer speelt je trainingsgebied, … een rol. Technische analyses van loopschoenen ondersteunen die zoektocht gedeeltelijk echter meestal worden de schoenen in dat artikel getest door atleten ervan uitgaand dat er een standaard manier van afrol is voor iedereen. En een schoen dient daaraan te beantwoorden. Reclame helpt niet bij je goeie keuze maken, maar maakt die schoen duurder. Het helpt wel om het bestaan van een bepaalde oplossing te kennen.

Tijd voor een andere indeling

Daar wringt er iets. Bepaalde loopschoenen vertrekken vanuit een hiellander , andere vanuit een voorvoetlander en nog andere zijn ideaal voor wie op de middenvoet landt. Belangrijk is dan ook dat de analyse van een loopschoen opgedeeld wordt, niet in categorieën zoals neutraal, lichte overpronatie, zware overpronatie zoals vroeger maar vanuit catergorieën zoals hiellanden, landend op de voorvoet, landend op de middenvoet. En dat er bovendien meer nuance gelegd wordt in de geschikte ondergronden en de mogelijke ondersteunende functies. bv. altra running vermeldt welke schoenen ook je loopstijl triggeren. Echter daar is een andere distributie voor nodig. Zonder gedegen advies en opleiding krijg je het niet uitgelegd aan een hardloper dat er verschillende loopstijlen bestaan en dus verschillende schoenen en dat het voor hem of haar nuttig is om te zoeken naar zijn optimaal looppatroon waar een bepaalde schoen bijhoort. Het is echter veel eenvoudiger om een schoen voor een breed publiek te maken zonder diepgang.

Bloemlezing: Duur versus goedkoop 

Goedkope loopschoenen hebben een aantal gebreken ( ze houden hier minder rekening mee) :

  • produktontwikkeling / visie
  • afwerkingsgraad ( gebruikte materialen)
  • specifieke doelgroep

Produktontwikkeling

Een loopschoen ontwikkelen en testen kost geld. De basisinvestering voor een schoen omvat behoorlijk wat research en analyse van niet alleen de markt als trend maar vooral vanuit de verwachte oplossing en hoe specifieker de idee achter een schoen, hoe duurder hij wordt doordat de vraag beperkter is naar dat type oplossing. Loopschoenen worden ontwikkeld voor een bepaald doel. Trailrunning loopschoenen gedragen zich op asfalt anders dan in de bergen. Hoe specifieker een fabrikant schoenen bouwt voor een bepaald doen, hoe duurder. Goedkopere schoenen worden simpel gehouden en zijn naar mijn gevoel meer gericht op de brede markt van gemotiveerde gelegenheidslopers, minder op hardlopers die een bepaald doel nastreven. Op zich is daar uiteraard niets mis mee, echter dat allemaal op één hoop gooien om een studie te doen vind ik te simpel. Een schoen testen over bv. 1000 K en hem dan bekijken zou wel eens kunnen geven dat de goedkopere schoenen minder goed scoren. Echter nu wordt er meestal een paar keer mee gelopen over afstanden van 5 à 10 K om de analyse te doen, heb ik het gevoel.

Afwerkingsgraad

Een mooi afgewerkte schoen is duurder dan een snel afgewerkte schoen:

  • Mocassin genaaide schoenen ( bovenwerk is aan de binnenzool genaaid) vragen behoorlijk wat kunde.
  • Pasvorm is prettiger afgewerkt bij duurdere modellen.
  • Materialen zijn vaak duurzamer. Ook al wordt er gewerkt met steeds lichtere materialen.

Gebruik

  • Iedereen kan met elke loopschoen lopen zolang je geen grote afstanden aflegt. Een goeie loopschoen herken je maar wanneer de afstanden langer worden en de ondergronden moeilijker. Topatleten die sponsoring krijgen, lopen gemiddeld 1 paar loopschoenen op per 14 dagen. Die kan je alles geven.
  • De meesten onder ons doen behoorlijk langer met 1 paar. Dan merk je een verschil tussen duur en goedkoop.
  • De techniciteit van de schoen maakt hem wel kwetsbaar. Hoe technischer de schoen, hoe duurder. Heb je een technische schoen nodig? Sprinten kan je niet optimaal doen op klompen.
  • Een loopschoen verandert tussen de 200 en 500 K. Goedkopere naar mijn gevoel al na 200 K en duurdere na 500K

 

 

En daarmee zijn we terug belandt bij de zoektocht naar welke loopschoen bij jouw loopstijl past. Om dit te achterhalen dient naar mijn gevoel de manier van testen van een atleet te veranderen. Daar zit volgens mij iets fundamenteel verkeerd. De basis voor een volgend artikel dus.

 

 

 

Het tweede artikel rond sportreflexologie, ook verschenen in De Reflexoloog

DEEL 2

Tekst: John Rooms

In dit artikel verlaat ik het pad van de typische hardloopblessures en bespreek ik een aantal praktijkvoorbeelden waarbij voetreflexologie het inzicht aanreikt voor de aanpak van een bewegingsprobleem binnen de sportreflexologie.

Een bewegingsprobleem in een deel van het lichaam heeft altijd een effect op zones op de voeten, soms spiertechnisch, soms verbonden met een orgaan, en kan efficiënt behandeld worden. Dat onderscheid aanvoelen is meestal subtiel en komt naarmate men meer praktijk in de vingers heeft, maar die waarneming is er altijd. Dat was voor mij een bijzondere ervaring en die kwam er door dieper in te gaan op Dwight Byers zijn aanpak voor hielspoor.

Sportreflexologie zit naar mijn gevoel tussen kinesitherapie en osteopathie, waarbij het eerste vooral spier- en gewrichtstechnisch werkt en de tweede discipline de beweeglijkheid van de organen centraal stelt. Binnen mijn aanpak probeer ik deze twee werkwijzen samen te brengen met als leidraad de zonetherapie, die helpt om het juiste inzicht en de aangepaste aanpak te bekomen. Het zijn dus de gekende zones op de voeten en de handen, die aangeven waar een “probleem” zoal mee te maken heeft. Een eenvoudig voorbeeld is hielspoor. De pijnlijke zones zitten letterlijk op de gebieden die uit balans zijn: de blaas, de ischias, de dunne darm, in sommige gevallen de urineleider of de nieren. Zo mag je het dus bekijken. De klant heeft bewegingstechnisch een probleem en je gaat op zoek naar zones op de voeten die de onbalans weergeven. Uiteraard zal het niet altijd zo eenvoudig zijn als bij hielspoor maar de aanpak is dezelfde. Een spiertechnisch probleem heeft vaak organisch een weerklank. Met zonetherapie leg je de impact van een bewegingsbelemmering op het volledige lichaam bloot. Mijn werkwijze is anders omdat er zowel op de voeten (handen) als op het lichaam gewerkt wordt. Indien je dit liever niet doet, kunnen de zones je wel helpen om een klant inzicht te geven in de complexiteit en door gericht advies kan je hem of haar door verwijzen naar een andere therapeut die dan verder op lichaam kan werken.

Ik kan niet genoeg benadrukken dat onze rol als reflexoloog verder gaat dan de zones bewerken en toelichten. Ik hoop dat met dit artikel het inzicht komt dat door dagelijks op z’n voeten rond te lopen iedereen z’n eigen reflexoloog is. Hierdoor geloof ik dat we niets verkeerd kunnen doen. Het is het belangrijk te aanvaarden dat een bewegingsprobleem vaak door een overbelasting komt die waarneembaar is in de voeten, en dat de voeten de echte spiegel van ons lichaam zijn. Door het verleggen van de balans en de voeten anders te belasten, stimuleren wij onze eigen gezondheid. Het is onze rol als reflexoloog om onze cliënten op te voeden om goed te bewegen. Dus niet enkel beginnen bewegen maar juist bewegen met die voeten. De rest van het lichaam, daar weten we zeer veel over, maar hoe we best onze voeten zetten, is een ander verhaal. Door een aantal voorbeelden probeer ik verbanden uit te leggen die op het eerste zicht niet samen horen. En misschien zal je het op het einde van dit artikel normaal vinden dat de schouder links pijn kan doen als de rechter grote teen vastzitJ.

Lage rugpijn

In dit artikel sta ik stil bij verschillende vormen van rugpijn waarbij reflexologie met het juiste protocol wonderen doet. De volgende keer zal ik het hebben over buikpijn, ademhalings- problemen, vermoeide benen,…

 

Vaststelling 1: vierkante voetzoolspier en lage rugpijn

 

Beschrijving

De vierkante voetzoolspier verbindt het hielbeen met buigers van de tenen en wordt ook de vijfde buiger genoemd. De reflexzones zijn dunne darm, ischias, dwarse dikke darm als primair. Blaas, urineleider en nieren als secundair.

Manipulatie

Door het intensief bewerken (masseren) van de vierkante voetzoolspier verdwijnen lage rugpijnen. Naar mijn gevoel is het soepel maken van deze dominante spier in het plantaire gedeelte van de voet de sleutel tot het loskrijgen van de verschillende voetbeentjes. Hierbij kan ik mij voorstellen dat wanneer de spier aangespannen staat de voetboog zelf aan beweeglijkheid inboet en dus ook de voetbeentjes. Wanneer er iets meer ruimte komt en deze spier soepel komt te staan, daalt de spanning op de voetboog en kunnen ook de voetbeentjes beter bewegen. Hierdoor wordt zowel het wandelen als het lopen comfortabeler doordat de voetzool zich mobieler kan gedragen na contact met de grond.

Interpretatie

Het soepel neerkomen van de voeten op de grond stimuleert ook de andere spieren om veerkrachtiger te reageren en de impact van de schok op te vangen waardoor lage rugpijn als gevolg van “voetstijfheid” opgelost raakt. Dit verschijnsel zal dan ook nog terugkomen bij het bewerken van een aantal andere spieren.

 

Vaststelling 2: soleus en lage rugpijn

 

Beschrijving

De soleus spier is de derde kuitspier en werkt mee in de flexie van de voet. Daarnaast speelt ze ook een rol in het terugpompen van het bloed naar het hart. Ze kan vastgenomen worden aan de binnenzijde van het scheenbeen. Naar reflexzones heb je primair best aandacht voor de wervelkolom en secundair voor de blaas en de heup.

 

Manipulatie

Het masseren van de spier stimuleert de doorbloeding van de kuiten en de voeten en het gevoel van zware benen verdwijnt. Door de kuitspier bovendien los te schudden krijg je een kettingreactie naar boven toe en merk je dat lage rugpijn als gevolg van te strakke of stijve spieren verdwijnt. Let wel op om altijd in de richting van het hart te strijken en niet net naast het scheenbeenbot te drukken. Je kan perfect werken met ofwel de lopende duim ofwel met de vingers om naar boven toe druk te zetten. Los schudden doe je voorzichtig door met de ene hand de kuit te nemen en met de andere hand het bovenbeen.

Interpretatie

Het bestaan van spierkettingen is een mogelijke verklaring. Elke ketting is een aaneenschakeling van verschillende op elkaar inspelende spieren en deze kunnen door hun werking gespannen komen te staan door onder andere het constant uitvoeren van dezelfde bewegingen. We noemen dit functioneel1 aanpassen waardoor de maximale beweeglijkheid verdwijnt. Door hierop te werken bekom je terug een ontspannen stand met een gunstig effect op de lage rug.

 

Vaststelling 3: psoas major en lage rugpijn

 

Beschrijving

 

Deze dominante spier begint aan de vijf lumbale ruggenwervels en loopt via het bekken naar de binnenzijde van het dijbeen om aan te sluiten op de trocanter minor. De zones die hiermee overeenkomen zijn primair de lenden, het sacrum, de bovenkant van de blaas en de ischiaslijn.

Manipulatie

Door de psoas behoorlijk te manipuleren zowel op de voeten (zie vorig nummer) in de driehoek tussen blaasgebied, urineleider en voetboog, als op het lichaam komt deze spier los en ontspant ter hoogte van de lage rug. Rugpijn is vaak direct verdwenen. Het direct bewerken doe je best door de vinger aan de binnenkant tegen het bekken te zetten, lichtjes de dikke darm “weg te duwen” en loodrecht zachte druk te geven. Niet hard drukken!

Interpretatie

De functie van de spier is de benen tillen. Door echter constant in een bepaalde houding te zitten of te bewegen kan ze gespannen geraken als gevolg van bijvoorbeeld slechte doorbloeding. Ze verhardt en verliest haar beweeglijkheid. Bijkomend kunnen er triggerpoints ontstaan op deze spier waardoor gedeeltelijk functieverlies optreedt. Het is vaak moeilijker om dan een verband te zien tussen lage rugpijn en de psoas major. Behoorlijk wat sporters kampen met een verkorte psoas wat hun prestatievermogen naar beneden haalt. Minder presteren wordt dan een spierprobleem maar zo wordt het zelden gezien.

 

 

Vaststelling 4: fascia tussen achilles en enkelbot en lage rugpijn

 

Beschrijving

Fascia of bindweefsel wordt gezien als een vlies dat onder andere spieren omgeeft, maar mijn aandacht gaat vooral naar het fascia superficialis, het oppervlakkige bindweefsel dat ik persoonlijk zie als een fijnmazig netwerk waardoor ons gehele lijf niet alleen vasthangt maar ook door druk kan beïnvloed worden.

 

Manipulatie

 

Dit punt masseren ontspant de achillespees en het enkelgewricht wordt soepeler. Hierdoor kunnen de kuitspieren veilig op lengte gebracht worden (niet gestretcht) en ontspannen spierkettingen naar boven waardoor lage rugpijn, zenuwirritatie in de benen, enzovoort verdwijnen.

Interpretatie

Persoonlijk zie ik fascia als een soort primair verbindingssysteem tussen alle onderdelen in ons lichaam en door subtiel hierop te werken bekom je reacties in andere delen van het lichaam.

Dit is een vrij uitgebreid protocol dat ik graag voorstel tijdens de bijscholing in het najaar.

 

Vaststelling 5: nieren en lage rugpijn

 

dit verneemt u op de eerste bijscholing rond sportreflexologie of via een opleidingsdag die ikzelf organiseer.

 

Natural Running Advanced !

Footrooms Running Academy promoot gezond, efficiënt en blessurepreventief lopen en dat zal ook in 2017 de rode draad in de trainingen zijn. In de maanden januari, februari en maart richten we ons op het verbeteren van de loopcoördinatie en leggen we de basis voor 23 april 2017, de dag waarop de straten van Antwerpen zich vullen met duizenden loopschoenen.
Wat houdt het allemaal in?
Vanaf januari zal in groep getraind worden, overwegend in het nachtegalenpark. Er zal voor specifieke trainingen uitgeweken worden naar een hardlooppiste waar we op dat moment terecht kunnen.

Technische Fiche:
Start : 14 januari
Inhoud: 5 trainingen (data verderop) van telkens 1u.30. Ik heb de duur iets verlengd om voldoende aandacht aan zowel warming up als cool down te kunnen geven.
Aanvangsuur: Op zaterdag stipt om 10 uur. Opgelet: indien de groep te groot zou zijn, splits ik op in twee groepen en dan kan het aanvangsuur aangepast worden.
Plaats: Er wordt getraind in het nachtegalenpark (bij slecht weer wordt uitgeweken naar het groen kwartier) en eventueel op een piste.
Een alternatieve datum wordt gezocht wanneer de weersomstandigheden het niet toelaten.

Doelstelling van de module
Naast een noodzakelijke accent optimale techniek opteert de Academy voor een aangepaste souplessemethode om de loopcoördinatie te optimaliseren.
PREVENTIE: Tijdens elke training zal aandacht gegeven worden aan typische hardloopblessures en wat je eraan kan doen. Uiteraard kan je ook zelf een vraag stellen omtrent een specifiek probleem.

Voor wie?
Voor elke gemotiveerde recreant, prestatieloper of wedstrijdatleet.

Kostprijs:
De module komt op 100 euro/persoon voor trainingen (5 trainingen) en inschrijven kan door vooruitbetaling via overschrijving of contant en dient voldaan voor de eerste training. Inschrijven kan door het sturen van een mailtje naar footrooms@maisonjohn.com.

INBEGREPEN: Na elke training wordt aangegeven wat er tussen twee trainingen kan getraind worden op basis van 2 à 3 trainingen per week.

Trainingen:
1. Zaterdag 14 januari
2. Zaterdag 28 januari
3. Zaterdag 4 februari
4. Zaterdag 18 februari
5. Zaterdag 4 maart

Scott rules in trail !

schermafbeelding-2016-12-23-om-10-34-25

Als fervent Newton Running fan ben ik voor trail onder de indruk geraakt van Scott. Zijn Kinabalu RC trail schoen is een openbaring voor het zwaardere werk. Een schoen die optimaal aanvoelt qua pasvorm en stabiel blijft in de beweging. Mijn osteopaat heeft mijn krachtlijnen getest met en zonder de schoenen aan en het bleek dat de lijnen beter zijn met! Nu mag het concept van krachtlijnen jou onbekend zijn,  ga ervan uit dat de schoen mijn natuurlijke loopstijl bekrachtigt. De meeste schoenen ondersteunen in het beste geval neutraal je krachtlijnen of werken tegen.

De buitenzool is aangepast aan de zwaardere ondergrond, dus lopen enkel op asfalt is niet het doel van de schoen, en laat toe om afwisselend terrein op te zoeken met dezelfde efficiëntie in één training of wedstrijd. Een typische trailrun met wandelstukken is een perfecte habitat. Een drop van 5 mm laat toe om vlot te lopen met maximale extentie ( gluteus maximus en hamstrings strekken ‘maximaal’) en voor het wandelen heb je voldoende support onder de hiel. Het bovenwerk zit comfortabel en de versteviging zijdelings is efficiënt en houdt het gewicht van de schoen laag. Het blijft een loopschoen en geen wandeltuig.

Ondertussen heb ik twee testlopen achter de rug op een specifieke omloop met stukken zware ondergrond, scherpe bochten ( max. 90°) en een omloop waarop geen enkel stuk vlak is en recuperatie toelaat. Kortom een pittige stukje bos in de stad. En de schoen heeft het met verve doorstaan. Op geen enkel stuk ging mijn voet in een bocht doorschuiven en wegglijden, mijn voorvoetlanden werd voortdurend ondersteund en mijn afstoten kon maximaal renderen omdat de schoen zich ‘vastzet’ in de bodem en precies opwaarts meegeeft.

Loopschoenen hebben hun specifieke capaciteiten en deze schoen is perfect, uitmuntend zelfs voor de zwaardere omlopen: modder, strand, park, drassig.

Zonet gesproken met de commercieel verantwoordelijke en de schoen is overal quasi uitverkocht. Een nieuwe lading is pas voor maart, hetgeen me niet verwondert. Maison John Footrooms heeft op dit moment nog een paar maten ( US 9,5; 10; 10,5, 11,5 en 12). Interesse? Mail even voor meer detail naar footrooms@maisonjohn.com. Kostprijs 149 euro.

 

Hoe ontstond sportreflexologie?

Sportreflexologie richt zich op anomalieën in het bewegingsapparaat, in dit artikel vooral blessures van de voet, enkel en het onderbeen. (het is handig om een beetje voorkennis van voetreflexologie te hebben bij het lezen van dit artikel 🙂 )

Als hardloper heb ik wel eens een blessure van nabij ervaren en de zoektocht naar een juiste aanpak is niet eenvoudig. Er is kinesitherapie, osteopathie, chiropraxie, orthopedie en het klopt dat de ene therapeut breder kijkt dan de andere echter een snelle en tevens blijvende oplossing zijn vaak twee onverzoenbare begrippen. Kinesitherapie onder de vorm van oefentherapie of manuele therapie slaagt vaak ten dele in het blijvend oplossen van blessures, podologie verhelpt op korte termijn met ondersteuning via steunzolen een probleem, orthopedie pakt een blessure vaak zeer drastisch aan zonder rekening te houden met de effecten op de balans van het lichaam. Vanuit mijn ervaring als hardloper heb ik geleerd dat een blijvende oplossing van een blessure meestal een combinatie wordt van bewegingsstijl (cfr. Hardlopen), oefeningen, manipulatie, aangepaste trainingsvormen en voeding. Vaak dient een atleet en bij uitbreiding iedereen die graag beweegt zijn manier van kijken naar zijn sport drastisch te wijzigen om blijvend resultaat te kunnen ervaren. Door halsstarrig op dezelfde manier te blijven bewegen, dezelfde vorm van training te ondergaan of massaal verdoken suikers te blijven eten, kan een blessure in een andere vorm als signaal terugkomen. Een snelle oplossing om vlug terug op het veld te staan, heeft een plan van aanpak met braces, inspuitingen, etc. en geeft op korte termijn resultaat maar zal ongetwijfeld op lange termijn een weerslag kennen. Afhankelijk van het type lichaam zal dat moment snel of traag komen, echter het komt onvermijdelijk.

In mijn zoektocht naar oplossingen voor vaak voorkomende blessures in het hardlopen zoals hielspoor, shinsplints, mediale voetbogen die verzwakken, plantaire fasciitis, … heb ik voetreflexologie leren kennen in den beginne als vorm om de voeten zeer diepgaand te ontspannen. Dat er via de zones organen beter werden doorbloed was handig meegenomen maar was in het begin mijn zorg nog niet. Ontspanning en relaxatie was mijn doel. In die studieperiode kreeg ik het boek van Dwight Buyers, “Reflexologie, een werkboek” in de hand en keek gefascineerd naar zijn beschrijving van een protocol om hielspoor aan te pakken. De mist ging vallen en plots werd die reflexologie een weg van inzicht waarbij uiteindelijk blessures vanuit een breder holistisch standpunt konden bekeken worden. De gekende reflexzones kregen een andere betekenis en een blessure werd een indicatie dat er iets verkeerd kon zijn hogerop. Sportreflexologie was geboren. En er ontstond een organische zoektocht.

Ik begon atleten te ondervragen wanneer ze een bepaalde blessure hadden, observeerde hun manier van bewegen, stond stil bij hun voeding, …. en plots merkte ik door palpatie dat een blessure ergens in het lichaam via de zones anders geïnterpreteerd kon worden en dat ze zeer doelgericht, ook hogerop in het lichaam, bewerkt konden worden. Bv. enkelpijn aan de binnenzijde ( zone prostaat/baarmoeder) verdween door het bewerken van de psoas/illacus ( lokaal ). Daar moest dus een verband zijn. Veel technieken die op het eerste zicht onafhankelijk van elkaar waardevol zijn, begonnen plots naast elkaar te werken. Reflexologie, meridaantherapie en triggepointmassage blijken werelden te zijn die elkaar kruisbestuiven. Om dit even toe te lichten een voorbeeld hielspoor.

Wat is hielspoor? Hielspoor is een verharding onderaan de hiel ter hoogte van de aanhechting van de peesplaat. De verharding vergroot en door het inzakken van de voetboog ontstaat pijn. Het inzakken van die voetboog is de sleutel naar de oplossing. Enkel lokaal het weefsel ontspannen en doorbloeden zoals Dwight Buyers stelt levert een blijvende oplossing wanneer de flexibiliteit van de voetbogen optimaal is. Een chronisch hielspoor heeft een oorzaak hogerop in de kuiten. Een triggerpoint op de tibialis posterior of achterste scheenbeenspier, deze spier trekt de voetboog naar omhoog, maakt de voetboog onbeweeglijk en wanneer de voetboog net ontspant dan blijft het peesblad constant op rek waardoor de druk ter hoogte van de verharding op het hielbot constant is. Enkel wanneer de voet van de grond is, zal men geen hinder voelen. De combinatie van wegnemen van het triggerpoint en stimulatie van de achterste scheenbeenspier met oefeningen zal opmerkelijke resultaten geven. Als er nog geen blijvend resultaat bekomen wordt dan kijk je best naar de exacte ligging van de verharding op de voetzool. Ligt die aan de binnenkant tegen de blaaszone? Loopt de verharding tot aan de nierzone dan kan je best een paar vragen stellen rond blaas en nieren. Echter observatie van de loop van de niermeridiaan laat het mogelijk om triggerpoints te ontdekken die de anatomische ketting naar de voet tot verstoord. Ook ligt de zone van het hielspoor op de ischias zone en kan wijzen op lage rug problemen?

 

 

 

Wanneer ben je overtraind?

Wanneer ben je overtraind? Zijn daar signalen voor die je als hardloper kan opmerken en wat moet je dan doen eens het zover is? Zodra je regelmatig traint, is het nuttig om wat data bij te houden. Zo kan het leuk zijn om te noteren hoe ver je gelopen hebt, wat je gemiddelde hartslag van die training was, die waarde eventueel opgesplitst in verschillende waarden afhankelijk van het gedeelte training ( opwarming, interval, cool down), hoe je gevoel was, hoe het weer was, welk tijdstip van de dag, … Elk element dat jij als nuttig ervaart, is ooit wel interessant. En het is nu niet die data die je gaat helpen om het moment van overtraind zijn te herkennen. Zodra je merkt dat een bepaald type training met een hogere HR afgewerkt wordt in vergelijking met de andere dagen waarop je een dergelijke training deed, dan is het zover. En je moet hier niet aan denken wanneer het één keer gebeurd, enkel wanneer het een paar dagen (trainingen) na elkaar afwijkt van het gangbare. Dan kan je dit beschouwen als een eerste signaal van overtraind zijn. En dit is heel subtiel en vraagt ook een beetje discipline. Vooral om deel twee van de vraag (wat moet ik doen?) te beantwoorden. Je dient direct over te schakelen naar wat jij ervaart als basistraining. Ook hier is je verzamelde data weer van belang. Je kijkt naar de periode van opbouw ( na rust, ziekte, begin van het seizoen, …) in je schema en past zo je huidige planning aan met dit type van trainingen. Hoe lang doe je dit? Tot op het moment dat je voelt dat je HR weer normaal is bij dat type van training. Dan kan je ofwel hernemen waar je gestopt bent ofwel stel je je doelen bij.

Een loopschoen, je eerste loopmaatje

Loopschoenen halen we in een sportspeciaalzaak, toch? Daar kent men iets van schoenen, analyseert men je loopmanier en heeft men de ideale schoen meestal in voorraad.

Friendship

Met loopschoenen doe je normaal gezien een behoorlijke tijd, het is een beetje zoals een vriend. Die kies je meestal ook zorgvuldig uit alvorens daar een paar maanden of jaren mee op te trekken. Toch? Dat kiezen doen we vanuit een bepaalde afweging. Die vriend of vriendin moet bij ons passen. We laten onze keuze van vrienden liefst niet over aan iemand anders. Toch is dat net hetgeen we doen met onze keuze voor loopschoenen. Een vreemde zal zeggen met welke schoenen jij je evolutie als atleet zal aanvatten, verderzetten, optimaliseren. Geeft dat geen onveilig gevoel? Je geluk in de handen leggen van een schoenspecialist die je slechts één keer ziet.

Daarom schrijf ik dit kort stukje als hulpmiddel om je te wapenen met de juiste gegevens alvorens je een sportspeciaalzaak binnenstapt.

GO BAREFOOT

Loop op je blote voeten, in het gras, op een loopband, op een piste, … en observeer hoe je voeten neerkomen en vooral hoe jij na een aantal meters een manier van bewegen vindt die soepel lijkt en comfortabel. Observeer nu terug hoe je voeten neerkomen, hoe je lichaam zich voelt. Je hebt je natuurlijk loopprofiel ontdekt. Sla die info op en stap daarmee naar een sportzaak.

BUY WHAT FITS

Koop nog enkel een schoen die het gevoel van hiervoor beschreven geeft. Een goeie loopschoen ondersteund jouw natuurlijk loopprofiel. Dan worden die nieuwe schoenen je eerste echte loopmaatjes.

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

Omhoog ↑